
Over ervaring, opvolging en zorg
Na mijn pensioen werd ik drie keer opnieuw gevraagd om tijdelijk verantwoordelijkheid te dragen. Dat was eervol, maar het riep ook een ongemakkelijke vraag op: waarom wordt ervaring zo vaak pas gezocht wanneer de rust al is verdwenen?
Een paar jaar geleden ging ik met pensioen. Daarna ging de telefoon weer. Drie keer.
Eerst werd ik enkele maanden gevraagd om in een zorgorganisatie bestuurlijke rust terug te brengen. Daarna vulde ik tijdelijk een onverwacht vertrek in de raad van bestuur op. De derde keer bleef ik langer, om een organisatie opnieuw richting te helpen geven.
Telkens stopte ik. Telkens begon ik weer.
Ik heb daar geen spijt van. Het werk was nodig en ik kon iets bijdragen. Ervaring doet er immers toe wanneer een organisatie onder druk staat. Dan helpt het als iemand weet welke vragen eerst gesteld moeten worden, wanneer een besluit nog niet rijp is en wanneer uitstel juist gevaarlijk wordt.
Toch denk ik nu steeds vaker: nu moet iemand anders opnemen.
Niet omdat ervaring na een bepaalde leeftijd minder waard wordt. Juist daarom vind ik het ongemakkelijk dat een zorgorganisatie een gepensioneerde bestuurder terugvraagt om zaken weer op de rit te krijgen. Dat is eervol, maar het roept ook een ongemakkelijke vraag op: waarom is die ervaring pas nodig wanneer de onrust er al is?
Mijn ervaring is geen bewijs voor de hele zorgsector. Maar zij laat wel zien hoe kwetsbaar een organisatie wordt wanneer ervaring pas in een crisis wordt gezocht. Dan is er behoefte aan iemand die de weg kent, de taal spreekt en rust bewaart. Daarmee los je misschien het acute probleem op, maar nog niet de vraag hoe opvolgers voldoende tijd, begeleiding en ruimte krijgen om zelf in die verantwoordelijkheid te groeien.
Dat besef kwam bij mij niet in een vergadering, maar thuis. Toen de telefoon even stil bleef, voelde ik twee tegengestelde dingen. Opluchting, omdat anderen nu hun verantwoordelijkheid mogen nemen. En onzekerheid, omdat de vraag opkomt wat je doet met alles wat je hebt opgebouwd: kennis, ervaring, contacten en een scherp gevoel voor wat er in een organisatie gebeurt.
Misschien is dat de werkelijke overgang na een loopbaan. Niet stoppen met bijdragen, maar anders bijdragen.
Na een functie verdwijnt niet alleen het werk. Ook de volle agenda, de ondersteuning en de vanzelfsprekende reden waarom iemand je belt vallen weg. Dan blijkt hoeveel werk betekent: structuur, contact, betekenis en het gevoel dat je ertoe doet. Die eerste tijd kan desoriënterend zijn, niet omdat ervaring minder waard wordt, maar omdat die zo verweven was met een functie, een ritme en een kring van mensen.
De opgave is niet om haastig opnieuw een volle agenda te bouwen. Eerst komt de ruimte. Die verdragen en daarin ontdekken waar en voor wie je werkelijk van betekenis wilt zijn.
Ervaren mensen kunnen naast nieuwe bestuurders staan zonder hun plaats over te nemen. Als mentor, sparringpartner of kritisch gesprekspartner. Niet om opnieuw aan het roer te gaan staan, maar om anderen te helpen dat zelf te doen.
Ik hoop daarom dat een volgend telefoontje niet de vraag bevat of ik nog één keer wil invallen. Ik hoop op een andere vraag: we hebben het opgepakt, wilt u met ons meedenken?
Dat is misschien de betere manier om ervaring door te geven: niet pas inzetten wanneer het misgaat, maar beschikbaar maken voordat de volgende crisis zich aandient.
Wat doet uw organisatie om ervaring op tijd door te geven, in plaats van haar pas te zoeken wanneer de onrust er al is?
